Het is klokslag 6 uur als ze wakker wordt van de muziek. Ze draait zich om maar kan de slaap niet meer vatten. Voor de zoveelste ochtend staat ze vermoeid op. Als ze rond 10 uur aan de koffie zit, begint de muziek opnieuw. Ze zucht, waarom zet iemand, hoog zomer, kerstmuziek op. Als troost neemt ze een koekje maar als de hele rol op is en de muziek nog niet is gestopt pakt ze een kladblok. Het briefje is kort en bondig:
“Mocht er de komende week nog iemand thuiskomen, wil die dan de radio uitzetten!”

Als ik bij haar op visite ben praat ze best hard. Af en toe tik ik haar aan want, de buren mogen dan op vakantie zijn, de overburen hoeven het niet te horen. Als ze me vraagt of ik de muziek ook hoor moet ik ontkennend antwoorden.
Wanneer was de eerste keer dat ze me vroeg of ik de radio bij de buren hoorde. Na enige tijd vraag ik haar plompverloren of ze muziek hoort.
“Ja, het is wéér hetzelfde deuntje als vanmorgen vroeg. Ik hoop wel dat er bij de buren snel iemand langskomt.”

Ik hoor echt niets en ik twijfel of ze misschien gaat dementeren, met haar leeftijd niet eens zo heel erg vreemd. Voor ik naar huis ga vraag ik het haar nog één keer en nog steeds staat voor haar de radio aan.
Als ik weer thuis ben surf ik op het Internet: Muziek horen die er niet is….